Uitgelezen

Mijn vijf van 2019

De vijf beste boeken die ik dit jaar las oplijsten? Eitje.

 

5. De jongens van Nickel – Colson Whitehead
Het verhaal van Elwood Curtis, die in de handen valt van de racistische sadisten die de ‘Nickel Academy’ runnen, een gevangenisschool in Florida met een lange geschiedenis van misbruik. Whitehead brengt de schokkende feiten opzettelijk in een erg nuchtere en realistische setting, wat De jongens van Nickel nog schrijnender maakt dan een met sappige details doorspekte versie. Gebaseerd op waargebeurde feiten.

 

4. Washington Black – Esi Edugyan
Een met avontuur en Victoriaans drama volgestouwde roman, over een jonge slaaf die samen met de buitenissige broer van zijn meester vlucht van een plantage op Barbados. In een zelfgemaakte luchtballon. Omdat hem een moord in de schoenen werd geschoven. ‘Washington Black staat bol van het avontuur, maar is bovenal een pakkend portret van de slavernij en de onuitwisbare littekens ervan op de overlevenden’, schreef ik in juni.

 

3. Circe – Madeline Miller
Circe kwam volgens de fotofinish met een wimperlengte eerst over de meet, voor Een lied voor Achilles, dat andere geweldige boek van Madeline Miller en voor De stilte van de vrouwen van Pat Barker. Alledrie meesterlijke hervertellingen van de klassieken, maar zonder Circe had ik de andere twee niet gelezen, dus eerlijk is eerlijk. Katrien zong al eerder de lof van deze ode aan de heks van Aiaia, die een vinger in de pap had in het gros van de Griekse mythen. En dat zijn er wel wat.

 

2. Friday Black – Nana Kwame Adjei-Brenyah
‘Adjei-Brenyah’s vreemde, gedurfde, donkere, dystopische verhalen kunnen pront naast het beste van Saunders staan’, schreef ik in maart. Daar staan ze nog steeds, en sinds september ook in het Nederlands.

 

1. Lanny – Max Porter
Met voorsprong op één. Max Porter hinkelt elke pagina vrolijk heen en weer over de grens tussen proza en poëzie. Mensen die dachten dat hij het superbe Verdriet is het ding met veren niet zou kunnen evenaren met zijn ‘moeilijke tweede’ kregen vierkant ongelijk. ‘De manier waarop Porter Dead Papa Toothworth -deels mythe, deels faun, deels natuurkracht- opvoert om in de meest levendige, originele taal de ziel van een dorp te vatten is al voldoende reden om aan Lanny te beginnen’,  schreef ik nog in april.