Column

Column op woensdag: vlinders zijn voor amateurs

Tijdens de zomer presenteert This Is How We Read elke woensdag een genomineerde tekst van onze columnwedstrijd 2025. Deze week zet Elektra Stone haar verlatings-, of is het bindingsangst, voorzichtig aan de kant.

Verliefd worden voelt voor mij als een brandalarm dat afgaat in een leeg gebouw. Veel lawaai, iedereen rent naar buiten, maar er is geen vuur. Nog niet. Want straks steek ik het gebouw zelf wel in brand. Traditie.

Anderen hebben het over vlinders in hun buik. Schattig. Ik heb wespen. Boze wespen met abandonment issues en een zwak voor dramatische exits. Ze zoemen: “Hij appt al drie uur niet terug, hij is vast verliefd op zijn barista.” Rationeel? Nee. De barista is zijn oom van 56. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan angstige wespen.

Mijn dating-protocol is simpel. Stap één: word verliefd. Stap twee: raak in paniek. Stap drie: klamp je vast als een koala met verlatingsangst. Stap vier: besef dat koala’s niet sexy zijn. Stap vijf: word afstandelijk. Stap zes: panikeer omdat hij afstandelijk wordt door jouw afstandelijkheid. Stap zeven: stuur om 3 uur ’s nachts een essay over jullie toekomst samen. Stap acht: verwijder jezelf van alle sociale media.

Nog erger wordt het wanneer het wél goed gaat. Dan krijg ik jeuk. Letterlijk. Een allergische reactie op gezonde intimiteit.

“Je bent lief voor me,” zeg ik dan, alsof het een beschuldiging is. “Wat is je geheime agenda?”

Vorige week zei iemand dat hij me leuk vond. Gewoon zo. Zonder waarschuwing. Ik antwoordde: “Je mag de lat heus wel iets hoger leggen.” Hij lachte. Dacht dat het een grapje was. Nu ga ik drie dorpen verderop boodschappen doen. In vermomming, inclusief plaksnor.

Verhuizen is ook een optie. In Botswana is het heerlijk weer deze tijd in het jaar.

Mijn therapeut zegt dat ik moet leren vertrouwen. Ik vertrouw haar advies niet. Zie je wat ik bedoel?

Het ironische is dat ik weet wat ik doe. Ik ben als een bomexpert die heel precies kan uitleggen welk draadje hij niet moet doorknippen, waarna hij alle draadjes tegelijk doorsnijdt. Voor de zekerheid.

Maar gisteren gebeurde er iets geks. Die jongen van de supermarkt stond voor mijn deur. Met vlinders. Echte vlinders, in een potje. “Voor je buik,” zei hij, “want je zei dat je geen vlinders voelde.
Ik heb gehuild. Toen de deur dichtgegooid. Toen weer opengedaan. Hij stond er nog.

Misschien hoef ik het gebouw deze keer niet in brand te steken. Misschien mag het brandalarm gewoon even loeien. Misschien zijn wespen ook een soort vlinders. Alleen dan eerlijker.

Elektra Stone (1981) schrijft zoals ze leeft: met veel gevoel, weinig filters en een gezonde dosis zelfrelativering. Ze houdt van waarheid die pijn doet, humor die heelt en de chaos van gewoon mens zijn. Perfectie is voor anderen. An acquired taste. Meer op elektrastone.be.