Column

Column op woensdag: mevrouw Els

Tijdens de zomer presenteert This Is How We Read elke woensdag een genomineerde tekst van onze columnwedstrijd 2025. Deze week vergeet Mehmet Küçükaycan iets in de dierentuin.

Het was een druilerige woensdagavond en ik had iets gedaan wat ik nog nooit eerder in mijn leven had meegemaakt: ik was mevrouw Els vergeten in de dierentuin.

Die ochtend was zo mooi begonnen. Je kon nergens aan merken wat voor ramp zich later zou ontvouwen. 

Ik was al jaren verzorgende van mevrouw Els. Ze was een vinnige vrouw die ik wekelijks drie keer thuis bezocht. Haar man was er vandoor gegaan met een andere vrouw. Ze waarschuwde me daarom vaak voor mannen. 

Ze droeg altijd een fluwelen oranje sjaaltje, had een zware rokersstem en lachte ondanks alles altijd ondeugend. Haar witte haar zat in een dikke vlecht die met de jaren dunner werd. De laatste tijd klaagde ze steeds meer, iets wat ze vroeger nauwelijks deed. 

Ik nam haar die woensdagochtend mee in mijn oude Fiat 500. Een zoet briesje gleed door het open dak over onze hoofden heen en deed onze haren en haar sjaal kietelend wapperen. 

Bij de dierentuin regelde ik een rolstoel. Het was een aangename zonnige middag. We hadden veel gelachen. 

’s Avonds reed ik gezellig terug. Pas toen ik bij haar thuis aankwam bemerkte ik dat ze weg was. Ik was nergens gestopt, dus ik was haar op de parkeerplaats vergeten of in de dierentuin zelf. Hoe was dit mogelijk? Ik kreeg acute buikkrampen.

Ze had geen telefoon. Met trillende handen belde ik de dierentuin, maar het was reeds gesloten. Ik had geen keuze, ik moest terug. 

De parkeerplaats lag er desolaat bij. Ik liep naar de ingangspoort die potdicht was. Ik riep de naam van mevrouw Els, maar hoorde slechts dierengeluiden en het druppelen van de regen. 

Het was ondertussen ook donker geworden. Ik liep als een geslagen hond beduusd rondom de dierentuin, keek achter iedere struik en boom, maar kon haar niet vinden. Ik kroop zelfs tevergeefs in een holle boom. Moest ik de politie op de hoogte stellen? Ik besloot in de auto te wachten. Misschien kwam ze nog. Langzaam druppelde het besef binnen dat ik een zeer groot probleem had. 

De hele nacht stormde het. De volgende ochtend stapte ik oververmoeid en smerig van de regen en modder uit mijn auto. Slonzig kocht ik als eerste een kaartje en strompelde naar binnen. Ik probeerde de route van gisteren te achterhalen wat niet zo gemakkelijk was. Als ik een rolstoel zag sloeg mijn hart een slag over. 

Ik balanceerde op de rand van een instorting. Wat was mijn laatste herinnering aan haar? We hadden op haar wens een ijsje gekocht. Dat herinnerde ik me nog. Ik liep naar de ijscowagen en vroeg bibberend bij het bestellen van een hoorntje of het ijsjesmeisje misschien een mevrouw met een oranje sjaal had gezien. Helaas kon ze me niet verder helpen. 

Ik voelde plots een tik. Iemand gooide steentjes naar mijn schoenen. Ik keek rond, maar kon niet begrijpen wie dit geintje met mij uithaalde. Er werd weer een steentje gegooid. Een klein aapje staarde me ondeugend aan. De schok was buitengewoon groot toen ik merkte dat het aapje een oranje sjaal om had. Hoe was die sjaal daar beland? 

Ik ging dichter bij het aapje staan. Een klein slootje scheidde ons van elkaar. Ik waagde het erop en vroeg aan het aapje of ze mevrouw Els had gezien. Het aapje grijnsde me bekoorlijk aan en zei met een zware rokersstem: ‘Ssst, ik ben het.’



Mehmet Küçükaycan studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen en werkt als psychiater in deze stad. In zijn vrije tijd leest hij graag. Hij is winnaar van de El Hizjra Literatuurprijs proza 2024.