Column

Column op woensdag: de bedrading

Tijdens de zomer presenteert This Is How We Read elke woensdag een genomineerde tekst van onze columnwedstrijd 2025. Deze week is Joost de draad kwijt.

Altijd dat geflikker. Stapelgek wordt ze ervan. Barstende hoofdpijn.
Ze stuurt mails naar Onderhoud. Eerst wacht ze nog 24 uur om een herinnering te sturen, daarna niet meer. Get mail, klikt ze, get mail, get mail, get mail.

De lamp flikkert rustig verder.

*

’s Avonds zegt haar zus dat ze moet bellen. “Nee,” antwoordt ze, “ik haat bellen. Het kan me niet schelen wat of hoe, maar bellen ga ik toch echt niet doen.”

De volgende dag belt ze.

Ze laat de telefoon vijfendertig keer rinkelen, maar krijgt geen antwoord. Als ze ophangt, is ze vooral blij dat Onderhoud geen voicemail heeft.

Over de middag eet ze buiten haar boterhammen, op een bankje naast het water. Het is best gezellig, vindt ze, maar wel een beetje fris. Als ze thuiskomt, zegt haar zus: “Jamaar, als ze de eerste keer niet opnemen, waarom bel je dan niet gewoon nog eens?” Ze knikt en zegt niets.

De hoofdpijn is er nu vaak ook ’s avonds.

*

De volgende dag wordt er meteen opgenomen. Het is vast de starter, zeggen ze. Geen probleem, ze komen straks wel even langs. “Bedankt,” zegt ze. Dan wil ze nog iets uitleggen over email-etiquette, maar hebben ze opeens al afgelegd.

’s Avonds zegt haar zus: “Toch wel straf dat ze dan niet gekomen zijn, als ze het beloofd hadden.” Ze knikt en eet haar yoghurt. Het is er eentje met abrikoos. Eigenlijk houdt ze niet van abrikoos, maar in de supermarkt was de aardbeiensmaak op.

Als dat nog eens gebeurt, kan ze misschien toch maar beter voor kersen gaan.

*

Na twee weken zijn ze daar. Met hun ladder en hun gereedschapskist en al hun lawaai.

Ze lachen en roepen en metalen lamellen vallen op de grond. Het helpt allemaal haar hoofdpijn niet.

Waarom zijn ze altijd met twee?

Ze duwt haar vingers tegen haar voorhoofd. Kunnen ze dan echt niets alleen?

De mannen zijn boos en vloeken. Er gebeuren allemaal dingen die mislukken, maar dan erg luid. En nu opeens zijn de mannen blij. Ze slaan op elkaars schouder en kletteren hun ladder bij elkaar en noemen haar “maske” en “juffrouw”.

Ze probeert zo dankbaar mogelijk te zijn. “Super,” zegt ze. “Fantastisch. Echt wel veel beter nu. Ja, amai.” Vooral wacht ze tot ze eindelijk weggaan.

Het duurt lang, maar daarna is het rustig. Het licht is helder en kalm. Ze haalt diep adem en voelt zich bijna weer zichzelf.


*

Als ze de volgende ochtend het kantoor binnenkomt en het licht aanknipt, gaat de tweede lamp van rechts niet aan. Of het is te zeggen: eerst gaat ze niet aan. Dan opeens toch wel, maar meteen daarna weer uit. En dan terug aan. En uit. Zo gaat het door.

Omdat er voor 9u toch nooit iemand is, legt ze haar hoofd op het toetsenbord en huilt een kwartiertje.

Misschien is er iets mis met de bedrading?


Overdag doet Joost Vennekens onderzoek naar het soort van AI dat nooit je job zal afpakken. ’s Avonds is hij vooral moe. Naast spartaanse kortverhalen, prijken er ook enkele prijsverliezende columns op zijn literair palmares. Als je houdt van spanning met een vleugje humor, zijn ook zijn meer dan honderd wetenschappelijke publicaties een echte afrader! Sinds 2022 valt zijn werk te beluisteren in authentiek Kempisch accent.