Column

Column op woensdag: een kringetje van één jongen en één meisje

Tijdens de zomer presenteert This Is How We Read elke woensdag een genomineerde tekst van onze columnwedstrijd 2025. Deze week zoekt Rosalie opvang.

Ik zoek opvang voor mijn opvangplan. Soms op maandag, soms op dinsdag, soms op woensdag, soms op donderdag, soms op vrijdag. Mijn lief en ik lijken steeds meer een duo loodgieters gehurkt over een onoplosbaar lek. Tijdens het kennismakingsgesprek had de crèchecoördinator ons nochtans poeslief gewaarschuwd voor het structureel personeelstekort. Wij knikten begripvol, blij met de kliekjes die we konden krijgen. Ondertussen zijn we tien maanden later. We zitten kniediep in de beerput van de Vlaamse kinderopvang.

Eens per maand dalen we af. Werkplanningen en mailverkeer over bijkomende sluitingsdagen worden afgedrukt. We hijsen de A3-grote familiekalender van het toilet. Zelfs de straatkatten maken zich uit de voeten. Het startsein van een avond vol gesakker, zelfmedelijden, overmoedige berekeningen en ten slotte radeloze Whatsappjes naar onze ouders.

De situatie is om te huilen. Met tranen slik ik mijn dagelijks brood door. Ik jank wanneer ik mijn kind afzet en meteen word gevraagd wanneer ik terugkom, want ‘geen namiddagopvang’. Ik huil wanneer ik mijn gebroed zoek en de vervangbegeleidster zijn naam niet kent. Op het werk denken ze inmiddels dat ik ben gaan freelancen.

Ook bij andere ouders zie ik daags meer razernij in het oogwit. Elkaars kinderen opvangen dan maar, opperden sommigen moedig. Een alternatief opvangcircuit. Ik zag dat zitten, de wetgever niet. Inmiddels is het een waar bloedvergieten. Wij wanhopige ouwelui prikken elkaars bakfietsbanden plat. We bellen de opvangplaats met dezelfde smekende smoesjes over dringende deadlines en levensbelangrijke vergaderingen. En wie zich nog niet tot die achterbakse trucs verlaagde, heeft wellicht geen echte opvangnood!

Mijn netwerk is bereid te helpen, maar heeft weinig van een village. “Breng hem gerust”, aldus mijn moeder, maar sinds ze met die lactose-intolerante goeroe omgaat, is ze nooit meer thuis. Zestig is immers het nieuwe vijftig. Mijn kinderloze vriendinnen dan maar. Sommigen pasten eens op tijdens het thuiswerken, maar viel dat tegen. Neen, het is een intieme opvangcirkel: mijn vriend en ik. Een kringetje van één jongen en één meisje.

Ooit had ik professionele ambities. Kan je dat geloven. Ik behaalde een masterdiploma en ontgroeide de kerktoren. Ik greep wat voor mijn voeten kwam: een kosmopolitische vriendenkring, occasionele amfetaminen, etalage-emancipatie. Zo hebberig graaide ik in het rond, vandaag zie ik alleen nog het opstuivend zand. Ik ben een hangende tak die elke dag iets meer doorbuigt. Het gewicht van twee jobs. Waarom wilden vrouwen zo nodig ook buitenshuis gaan werken? Nu houdt het nooit meer op.

Dan maar naar de huisarts, op aanraden van mijn bezorgde vriend. Die verwees me door naar de oftalmoloog. Prikkelende ogen. Wellicht door de kijkfilesmog naar mijn rampenleven.

Hoe houd ik dit vol? Ik vraag het elke valavond aan mijn diazepam. De coördinator van de kinderopvang kan ik niet meer bereiken. Ze heeft een burn-out.



Rosalie van Hoof (1993) is een journalist met te veel verbeelding. Ze maakt steeds vaker uitstapjes naar de wereld van fictie (hoe waarheidsgetrouw deze column is weet niemand!) Misschien blijft ze daar wel?