Interview

Leesgrage Leerkracht: Hannelore Deprins

Hannelore Deprins verdient de eretitel ‘Leesgrage Leerkracht’. Niet alleen leest ze dit schooljaar de hĂŠle wereldgeschiedenis voor aan haar leerlingen, ze houdt hun aandacht ook extra scherp met speelse vragen. Ze stelde een gevarieerde invulbundel samen met 3 opdrachten per verhaal… die ze ook nog eens gratis deelt met collega-leerkrachten! Ontdek de powervrouw achter het werkboekje voor leerlingen bij “Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data”.

In het schooljaar 2024-2025 gingen meer dan 180 leerkrachten de #100DataChallenge aan. Ze engageerden zich om de hele wereldgeschiedenis (in 100 sterke verhalen van zo’n 5 minuten leestijd per stuk) voor te lezen aan hun klas. In ruil kregen ze gratis educatief materiaal, gemaakt door de schrijver & illustrator van “Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data” (Barbara De Munnynck en Isabelle Geeraerts). Enkele Leesgrage Leerkrachten kregen hier op de blog een kort moment in de spots – hallo, Els uit Sint-Martens-Bodegem; hallo Melanie uit Assebroek 🙂

Hannelore Deprins doet het op haar manier. Ze neemt haar Vilvoordse klas van het buitengewoon onderwijs dit schooljaar (2025-2026) mee op tijd- en wereldreis. En ze maakt haar lesmateriaal bij “Een kleine wereldgeschiedenis” zelf. Check haar invulbundel met 3 leuke vragen bij elk van de 100 Data.

Hoog tijd om Hannelore – die zo sympathiek is om haar werk met collega-leerkrachten te delen – wat beter te leren kennen…

Wanneer en waarom besloot je om leerkracht te worden?

Hannelore Deprins (HD): “Ik legde het als kind al graag uit. Thuis speelde ik altijd ‘jufke’. In het derde leerjaar begon ik werkboekjes van op school bij te houden voor later, in mijn eigen klas (lacht). Op het einde van het middelbaar dacht ik nog even aan logopedie. Maar nee, ik moest en zou leerkracht lager onderwijs worden!”

Hoe lang sta je al voor de klas? En in je huidige school? 

HD: “Ik begon te werken in 2011, dus ik geef alweer vijftien jaar les. En

ik sta iets meer dan veertien jaar in het buitengewoon onderwijs. Dat had ik tijdens mijn lerarenopleiding nooit gedacht.

Toen ik bij een stage kon kiezen tussen een taalbadklas of een klas van het buitengewoon onderwijs koos ik resoluut voor het eerste. Maar kijk: omdat ik mijn carrière begon met vervangingsopdrachten via het lerarenplatform kwam ik terecht in Vilvoorde bij SBLO Oase, en ik was meteen verkocht. Ik vind het eigen ritme van het buitengewoon onderwijs heel fijn. We voelen minder die jaardwang, de druk om alle leerlingen op een bepaald punt te krijgen tegen het einde van het schooljaar. We werken met klasindelingen op basis van leerniveau en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ons ritme is meer golvend. Lukt het dit jaar niet, dan het volgende wel.”

Ben je zelf een fervente lezer?

HD: “Als kind was ik geen boekenwurm. Ik was een typische vakantielezer en lag met een boek op het strand. Sinds ik een e-reader heb, lees ik meer, vooral ’s avonds in bed. Een psychologische thriller of een ontspannende fantasy of romance titel? Daar val ik graag mee in slaap (lacht). Ik krijg ook graag boekentips van andere lezers.”

Waarom vind je het belangrijk om met boeken te werken in je klas?

HD: “Een klassikaal leesmoment brengt rust. We gaan elke anderhalve maand met de klas naar de bib en dan kiest elke leerling twee titels. In alle vrijheid: strips, boeken in de thuistaal, weetjesboeken – het mag allemaal. We beginnen elke lesdag met tien minuten vrij lezen uit die boeken. Dat is ontspannend en nuttig, leerlingen ervaren leesplezier, oefenen hun leesvaardigheid en ontdekken nieuwe dingen. Maar het is vooral ook een rustig ritueel. Het geeft structuur aan de dag en daar hebben mijn leerlingen nood aan.”

Hoe kwam je ‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data’ op het spoor en waarom spreekt het boek je zo aan?

HD: “In de wintermaanden bezocht ik de SETT-onderwijsbeurs. Ik zit in de werkgroep ICT op school en hoopte daarrond ideetjes op te doen. Toevallig spotte ik ‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data’ bij uitgeverij Pelckmans. Ik voelde meteen dat ik hier iets mee kon.

Het boek biedt de kans om op een leuke manier een aantal doelen te verenigen: begrijpend luisteren, kennis van historische periodes en figuren, ruimtelijk besef – we kijken bij elk verhaal op de wereldkaart…”

Wat motiveerde je om er een werkboek bij te maken? Hoe ging dat praktisch in z’n werk?

HD: “In juni 2025 besloot ik om het volgende schooljaar met ‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 Data’ te starten. Ik ken mijn leerlingen en besefte dat ze zich beter zouden kunnen concentreren tijdens het voorlezen wanneer ik hen vooraf enkele speelse vragen zou stellen. Dat maakt hen nieuwsgierig naar de antwoorden en geeft hen iets om op te letten tijdens het luisteren.

Ik stelde me dus een doel voor de zomer: elke dag twee verhalen lezen en er onmiddellijk de opdrachten bij verzinnen. Dat vroeg wat discipline, maar was ook heel leuk. Mijn man en mijn kinderen lazen mee.”

Welke tip zou je geven aan collega’s die met het werkboekje aan de slag willen?

HD: “Als je het hele boek wil voorlezen, is het best om in september te beginnen en zo’n drie voorleesmomenten per week in te plannen. In een school met jaarklassen lijkt het me leuk om het voorlezen te spreiden over de 3e graad: 50 verhalen in het vijfde leerjaar en 50 in het zesde. Het vraagt wat discipline, maar

in combinatie met het werkboek is elk verhaal een mini-lesje dat aan veel doelen tegemoet komt. En kinderen vinden het gewoon superleuk.

In mijn klas is het een vast ritueel. We lezen ofwel na de middag, om rustig te worden, ofwel wanneer we een kwartiertje tijd over hebben. We lezen eerst samen de vragen en kijken waar we zitten op de tijdlijn en op de wereldkaart. Dan lees ik het verhaal voor en lossen we samen de vragen op. Het is een moment met een vaste structuur maar een verrassende inhoud, dat werkt goed. Als ik het een keer wil overslaan, vragen de leerlingen er zelf naar (lacht).”

PS: Meer gratis educatief materiaal bij de 100 Data & 10 recensies van het boek