Uitgelezen

Dokter Zjivago – het boek is beter dan de film

https://www.youtube.com/watch?v=3RGWE6zJKXk

De Nobelprijs voor het boek en vijf Oscars voor de film. Over gebrek aan belangstelling heeft “Dokter Zjivago” nooit te klagen gehad, wel integendeel. De commotie rond de roman was in 1958 zo overweldigend dat Zjivago’s schepper, Boris Pasternak, eraan ten onder ging.

Pasternak kende de gevoeligheden van het ideologisch systeem waaronder hij leefde. In de jaren ’20 was hij een gevierd dichter, maar toen de controle op literatuur onder Stalin strakker werd, vluchtte hij in vertaalwerk. Vanaf 1946 las hij stiekem en zonder hoop op publicatie voor uit zijn eerste roman “Jongens en Meisjes” – de werktitel van “Dokter Zjivago”.

Tien jaar later lagen de kaarten anders. Na Stalins dood ontdooide het culturele klimaat in de Sovjetunie, zij het voorzichtig. Pasternak stuurde het manuscript van “Dokter Zjivago” naar het literaire tijdschrift Novy Mir en gaf een exemplaar aan de Italiaanse communistische uitgever Feltrinelli. Hij vermoedde dat Novy Mir hem onder druk van de censor zou vragen enkele passages te herwerken, maar verwachtte geen grote problemen. Die misrekening zou hij zich nog beklagen.

Novy Mir wist absoluut geen raad met het verhaal over de dichter/arts Joeri Zjivago, die een individuele levenshouding zoekt tegen de achtergrond van de Russische Revolutie en burgeroorlog. De censuur was tijdens de dooi misschien iets versoepeld, maar niet in die mate dat kritiek op de Revolutie werd getolereerd. Novy Mirs resolute njet hield de drukpersen van Feltrinelli echter niet tegen. In 1957 verscheen “Dr. Zjivago” in Italiaanse vertaling in Milaan.

Il Dottor Zivago sloeg in als een bom. In het Westen gingen de vertalingen (ook in het Frans, Nederlands, Duits…) van ‘het eerste kritische boek van een Sovjetauteur’ vlot over de toonbank. Albert Camus roemde de roman in zijn ontvangstrede bij de Nobelprijs in 1957. De Zweedse academie luisterde geïnteresseerd. Pasternak stond eind jaren veertig al op hun shortlist als dichter. Nu hij ‘de Oorlog en Vrede van de 20ste eeuw’ had geschreven, werd hij de gedoodverfde winnaar voor 1958.

In de Sovjetunie zwengelden die geruchten de hetze tegen Pasternak aan. Volgens kranten was de auteur ‘minder dan een varken’. Hij had zijn ‘verkeerde kijk op de vaderlandse geschiedenis’ immers neergeschreven en verspreid in het buitenland, terwijl ‘varkens hun hok niet besmeuren’.

De Schrijversbond zette Pasternak in ’58 onder druk om de Nobelprijs te weigeren en formeel afstand te nemen van “Dokter Zjivago”. Pasternak aarzelde. Enerzijds was hij trots op de onderscheiding, anderzijds was hij 68, ziek en gehecht aan Rusland. Als hij naar Zweden ging om zijn prijs in ontvangst te nemen, zou hij de Sovjetunie nooit meer binnen mogen. Uiteindelijk zond Pasternak een beleefd bedankje naar Stockholm en een smeekbrief naar Chroesjtsjov. Dankzij die knieval voor het regime mocht hij in zijn huis in Peredelkino blijven. Daar stierf hij in 1960, ondermijnd door de lastercampagne tegen zijn persoon.

De Sovjetautoriteiten lazen “Dokter Zjivago” als politieke roman. Van die dwaling kan niemand regisseur David Lean beschuldigen. In 1965 verfilmde de Brit het boek als een tragisch liefdesepos. Lean herleidt de omwentelingen die Rusland tussen 1903 en 1929 beroerden tot het decor waartegen de liefde van Joeri Zjivago (Omar Sharif) en Lara Antipova (Julie Christie) zich ontplooit. Julie Christie slaagt in de haast onmogelijke taak gestalte te geven aan Lara, Zjivago’s minnares, ‘geboren om het leven te compliceren’ en ‘tot aan de rand geladen met alle denkbare vrouwelijkheid ter wereld, als met elektriciteit’. Maurice Jarres melancholische score, en vooral “Lara’s Theme” – met balalajka – onderstrepen Leans romantische interpretatie perfect. En toch. Hoewel “Dokter Zjivago” een kassucces en een klassieker werd, ontbreekt er iets aan de film. Het verhaal hangt met toevalligheden aan elkaar en de personages blijven schetsmatig. Ten dele is dat terug te voeren op het boek.

Giacomo Campiotti, die in 2002 de zesdelige TV-serie “Doctor Zhivago” (met Hans Matheson en Keira Knightley) regisseerde, probeert dat euvel te verhelpen. Net als Lean spitst hij zich toe op de persoonlijke verhaallijn, maar hij is niet bang om die verder uit te werken. Heel even lijkt dat een meerwaarde tegenover de klassieke film. De relatie van Zjivago en zijn vrouw Tonja krijgt bij Campiotti meer aandacht en reliëf, waardoor je beter begrijpt waarom Zjivago zijn echtgenote niet verlaat voor Lara. Gaandeweg verliest de TV-regisseur echter alle remmingen. Pasternak is een meester in het achteloos aanhalen van dramatische momenten. Terloops, in een bijzin in een brief, lees je dat Tonja bij haar tweede bevalling hulp kreeg van Lara, toen Zjivago met de partizanen rondzwierf. Op papier grijpt die karige informatie naar de keel. Breed uitgesmeerd in een pathetische scène verliest het drama alle kracht. Campiotti reduceert “Dokter Zjivago” tot het verhaal van een driehoeksrelatie, waarvan hij de hiaten opvult en de details vergroot. Het resultaat is weinig verfijnd. Waarom Lara en Joeri in zijn versie geen dochter maar een zoon krijgen, is helemaal een raadsel.

Zowel de autoriteiten die het boek verboden als de regisseurs die het werk verfilmden, deden “Dokter Zjivago” onrecht aan.

Pasternak schreef zowel een politieke roman als een liefdesroman als geen van beiden. Zijn roman gaat over de Dichter – laat de titel je niet misleiden – Zjivago, die het leven probeert te waarderen en begrijpen.

Terwijl hij de revolutie van 1917 en haar nasleep bekijkt, blijft Zjivago bij de mening van zijn oom: ‘Elke kliek is een toevlucht voor talentloosheid, of ze nu Kant lezen of Marx.’ Zjivago’s apolitieke, anticollectieve levensvisie doordringt het hele boek. Dat kon geen censor met schrappen verhelpen. Tegelijkertijd grossiert het boek in toevallige ontmoetingen en losse, poëtische impressies. Voor Zjivago is het leven immers een verzameling indrukken, verbonden door een mysterieuze, niet-causale kracht. Een regisseur die van “Dokter Zjivago” een doorlopend verhaal maakt, snijdt de ziel van het verhaal eruit.

Pasternak schreef twee autobiografieën, maar stak ook in zijn enige roman veel van zichzelf. Zjivago vertolkt zijn ideeën en Lara is een geïdealiseerd portret van Olga Ivinskaja, de jonge Novy Mir redactrice die veertien jaar lang Pasternaks minnares was. Lara en Olga delen hun schandaalverleden en trieste lot. Lara ‘verdween in een van de ontelbare concentratiekampen in het noorden, als een naamloos nummer op een lijst die later verloren ging’. Toen Pasternak de slotzin van “Dokter Zjivago” schreef, dacht hij wellicht aan Olga’s arrestatie in 1949. Ze was toen 5 maanden zwanger van zijn kind, maar kreeg een miskraam in de Goelag. Pasternak kon niet weten dat Olga na zijn dood opnieuw zou worden opgepakt. Terwijl Julie Christie in 1965 wereldwijd schitterde in David Leans film, zat de ‘echte’ Lara Antipova nog steeds gevangen.

PS:  Dit stuk verscheen oorspronkelijk in De Standaard (2006)