Column

Column op woensdag: Vette sneakers

Tijdens de zomer presenteert This Is How We Read elke woensdag een genomineerde tekst van onze columnwedstrijd 2023. Vandaag eet Marion Beugelsdijk in een hotelrestaurant met zicht op een vader-zoon duo.

In de vrijwel lege eetzaal van het Zwitserse hotel-restaurant roert een kalende man in een caquelon met kaasfondue. Onder zijn korte broek draagt hij hoge, geruite sokken en bruinlederen veterschoenen, meer geschikt voor een dag op kantoor dan voor een vakantie in de Alpen. Op mijzelf na, ik ben door de ober aan een tafeltje naast hem geplaatst, heb ik geen andere gasten gezien.

Het kan niet anders: dit is de eigenaar van de glimmende, zwarte sportauto met Nederlands nummerbord op de parkeerplaats. Een Lotus Elise, nog vrij nieuw.

In de jaren zestig reed Sean Connery hier rond in een snelle auto, voor de opnames van Goldfinger. In de haarspeldbochten van de Furkapas, met uitzicht op de alsmaar krimpende Rhônegletsjer, staan nog altijd foto’s van hem, James Bond geleund tegen de moterkap van zijn Aston Martin.

Wat zou de man naast mij, die onophoudelijk zonder broodje in de gesmolten kaas blijft prikken, hebben aangezet tot de exorbitante aankoop van zo’n snelle wagen? Een plotselinge eindejaarsbonus? Een echtscheiding? Een herhaling van Goldfinger?

Het is wrang. Tegen de de tijd dat je zo’n temperamentvolle tweezitter cabriolet kunt betalen, staat hij je eigenlijk niet meer zo goed.

Ook bij deze eigenaar is de jeugdige frisheid er vanaf en hebben wapperende haren in de wind plaatsgemaakt voor factor vijftig op de kale kruin.


Het dwangmatige geroer stopt. Bij mijn buurman schuift een mollige jongen aan met spierwitte ugly
dad sneakers. Het zijn plompe schoenen, een aantal jaar geleden dé trend onder rebelse
pubermeisjes met spillebenen. De knul doopt een stuk brood in de fondue en begint gulzig te eten. Na een paar happen fotografeert hij zijn schoenen met zijn telefoon en typt een berichtje met zijn duimen.
‘Vind je ze mooi, jongen?’
‘Mmwjawoor’, mompelt hij en hij pakt nog een stuk brood.
‘Heb je eigenlijk vaak college?’
De knaap typt driftig op zijn telefoon, kijkt dan op en doopt nog een stuk brood in de romige kaas.
‘Valt wel mee’, zegt hij dan.

De man kijkt rond en ik draai net op tijd mijn hoofd weg om oogcontact te vermijden. Ook voor mijn neus staat een pan met gesmolten gruyere. De hartige geur maakt hongerig. Net als voor de weldoorvoede jongen verderop, zou schralere kost voor mij beter zijn. Maar er is geen keus. Dit is het dagmenu. Als ik opnieuw naast mij durf te gluren, is het tafereel ongeveer hetzelfde: de zoon tikt op zijn telefoon, de vader roert in de kaas.
Dan gaat pa rechtop zitten, schraapt zijn keel en vraagt: ‘Vind je het anders leuk om morgen zelf een stukje te rijden?’
‘Is goed’, antwoordt zijn zoon zonder op te kijken.
De vader kijkt onbeholpen mijn kant op. Deze keer wend ik mijn hoofd niet af, maar knik de man bemoedigend toe. Ik hoop dat het jong morgen klem komt te zitten achter het stuur.

Marion Beugelsdijk uit Delfgauw is expert op het gebied van het verduurzamen van verpakkingen. In haar vrije tijd schrijft ze graag korte verhalen en ze hoopt binnenkort haar eerste roman af te ronden. En daarna nog twee. Volg haar vorderingen op Instagram, @marionschrijft