Column

Column op woensdag: IKEA-zetel

Tijdens de zomervakantie presenteert This Is How We Read elke woensdag één van de genomineerden van onze columnwedstrijd 2021. Vandaag vreest Mart Moris dat ze misschien wel kleinburgerlijk en bekrompen is.

Vandaag ben ik keihard met de neus op de feiten gedrukt. Een sluimerend gevaar overschaduwt al jaren mijn leven en ik heb niets minder gedaan dan de oorzaak daarvan botweg genegeerd: mijn IKEA-zetel.

Ik ben best een angsthaas. Als kind had ik een duivelse schrik van elke volwassene die in mijn buurt kwam en die niet naar de naam ‘mama’ of ‘papa’ luisterde. Ik was zelfs bang voor mijn eigen oma. Als puber was ik vaak doodsbenauwd om de verkeerde dingen te zeggen of te doen, dus werd ik het type muurbloem dat het liefst in het behang zou opgaan. 

Nu ik volwassen ben, beperken de angstaanvallen zich vooral tot slapeloze nachten waarin ik plots tot het besef kom dat de wereld om zeep is en dat we hopeloos verloren zijn. Of dat mijn relatie gedoemd is te mislukken omdat mijn wederhelft zonder overleg de laatste zak chips leeg at. Of dat ik ooit in mijn verwardheid een fietser van de weg zal maaien, een leven zal verwoesten en vervolgens zal wegkwijnen in de gevangenis. Of dat ik zelf die fietser zal zijn.

Geen scenario dat ’s nachts niet de pretentie uitstraalt van in steen gebeitelde zekerheid. 

Maar ik ben gezond, ik leef niet in oorlogsgebied en ik kan mijn rekeningen betalen. Dus al bij al gaat het best goed met mij. Dacht ik.

Een prachtig uitgegeven lifestyle magazine wist die waanballon te doorprikken. Ik moet wel degelijk bevreesd zijn voor iets: de banaliteit van mijn meubilair. In het blad bestempelden twee sympathieke mensen, met wie ik me wat graag zou vereenzelvigen, een kleinburgerlijk interieur als hun grote angst. Zo stond het er, zwart op wit. De nieuwe IKEA-zetel, tegen wil en dank aangeschaft bij gebrek aan alternatief – maar weinig designstoelen zitten echt fantastisch – , bezorgde hun een gigantisch onzekerheidsgevoel: was hij niet té banaal?

Ik dacht even dat ik een satirisch stukje aan het lezen was, een parodie op een parodie. Maar nee. De fotoreportage toonde echte mensen, die het doodserieus meenden.

Ik vond het statement van dit koppel wel dapper: wat als de goegemeente van authentieke, bewust in het leven staande millennials via deze openbaring de IKEA-zetel op het spoor komt? Wat zullen ze wel niet zeggen? Wat zullen ze wel niet dénken?

De weerslag kwam pas een paar tellen later: ik heb zélf een IKEA-zetel. Ik, met mijn vegetarisch dieet en mijn voorliefde voor David Bowie. Ik, met mijn lidkaart van Amnesty International en mijn unieke verzameling vertalingen van The Hobbit. Een IKEA-zetel. Hij zit lekker en staat zo mooi in mijn interieur, maar was dat, nu ik er zo over nadacht, werkelijk een excuus om er niet gillend van weg te lopen?

Had ik al die jaren niet in ontkenning geleefd, ondanks mijn verder perfecte parcours? 

Ik moest uiteindelijk de waarheid onder ogen zien. Ik sla mea culpa. Ja, ik ben banaal en kleinburgerlijk. Ja, ik ben bekrompen en kleingeestig. Ik stel voor dat ik nu even van schaamte onder mijn IKEA-zetel kruip en daarna heel erg aan mezelf ga werken.

Mart Moris verklaarde haar leerkracht Nederlands bijna voor gek toen die suggereerde talen te gaan studeren. Ze sloeg een ander pad in, maar de liefde voor taal haalde haar alsnog in. Als eeuwige piekeraar schrijft ze voornamelijk in haar hoofd. Een occasionele uitbraak resulteert doorgaans in een vrolijke mix van frustratie en zelfspot. Of dat is alleszins de bedoeling.

PS. Of ons journalistiek werk wel impact heeft, vragen wij ons op een blauwe maandag wel eens af. Mart liet zien van wel. Wij waren het immers die de angstgedachte optekenden dat een IKEA-zetel banaal zou zijn.